Ga naar overzicht

Een representatieve vakbond buiten de cao-onderhandeling houden kan risicovol zijn!

10-05-2017 00:00

Wat was er aan de hand?

FNV, CNV, De Unie en NVLT onderhandelden in 2015 met Transavia over een nieuwe cao voor het Grondpersoneel. Dit betreft zo’n 600 medewerkers, waarvan er circa 200 zijn aangesloten bij een vakbond: 48% NVLT, 32% FNV, 17% De Unie en 3% CNV. In oktober 2015 is een nieuwe cao gesloten met drie van de vier vakbonden: de FNV was niet akkoord en claimt zelfs buiten de onderhandelingen te zijn gehouden. Een belangrijke afspraak in deze cao was het inleveren van 6 ADV-dagen. De FNV verlangde vervolgens van Transavia dat zij de oude cao op haar leden bleef toepassen. Transavia weigerde dit, onder meer door te verwijzen naar het beding in de arbeidsovereenkomst met deze werknemers dat de cao voor Transavia Grondpersoneel daarop van toepassing was. Dit wordt een ‘incorporatiebeding’ genoemd.

De FNV legde de kwestie vervolgens voor aan de kantonrechter te Haarlem.

Wat was het oordeel van de kantonrechter?

De kantonrechter stelde vast dat het incorporatiebeding een dynamisch incorporatiebeding betrof: het beding ziet niet alleen op de cao die gold bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst, maar ook op opvolgende versies van die cao. Transavia stelde met een beroep op dit beding dat de nieuwe CAO van toepassing was op ál haar werknemers, ook de FNV leden. De FNV had daarentegen het standpunt ingenomen dat haar leden met het aangaan van dit beding zich alleen hadden willen binden aan een cao die (mede) ondertekend was door FNV. De kantonrechter ging deels mee in dit standpunt. Hij oordeelt namelijk dat de FNV leden er redelijkerwijs vanuit mochten gaan bij het tekenen van de arbeidsovereenkomst, dat de cao waarnaar wordt verwezen, zou worden gesloten met representatie vakorganisaties. Dus ook andere vakorganisatie, mits die hún belangen behartigden. De NVLT betreft echter een vakbond die er alleen is voor technici, ongeveer een kwart van het personeel van Transavia. En ruim de helft van hen is aangesloten bij de NVLT. CNV en De Unie vertegenwoordigen slechts 20% van de vakbondsleden. Dit lage percentage gecombineerd met het feit dat alleen de technici door de NVLT vertegenwoordigd zijn, maakt dat de kantonrechter tot het oordeel komt dat de cao niet gesloten is met representatieve vakorganisaties, met als gevolg dat de FNV leden niet gebonden zijn aan de nieuwe CAO.

En daarmee behielden de FNV leden recht op 10 ADV dagen in plaats van 4 vanaf 1 januari 2015.

Opmerkelijke uitspraak

Deze uitspraak is opmerkelijk omdat op grond van staande rechtspraak er vanuit werd gegaan dat een incorporatiebeding de werkgever de zekerheid gaf dat de arbeidsvoorwaarden uit de cao voor alle werknemers binnen de onderneming gelden. Ik vermoed dat de kantonrechter er hier een stokje voor wilde steken, gezien de – naar zijn oordeel – beperkte representativiteit van de bonden waarmee de cao was gesloten. Dat zou betekenen dat een incorporatiebeding alleen zekerheid geeft dat de cao voor álle werknemers geldt, indien deze cao met representatieve bonden is aangegaan. Ik ga er vanuit dat Transavia tegen deze uitspraak in beroep zal gaan. Ik ben benieuwd of het oordeel van deze kantonrechter navolging krijgt bij het Gerechtshof. Wordt vervolgd!