Uber-chauffeur is in beginsel zelfstandig ondernemer
Eindelijk is er een ontknoping in de al langdurende strijd tussen Uber en vakbond FNV. Op dinsdag 27 januari 2026 heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in de Uber-zaak en geoordeeld dat Uber-chauffeurs toch zelfstandigen zijn en geen werknemers.
Wat speelde er ook alweer in de Uber-zaak?
Uber ziet de chauffeurs die via de Uber-app hun taxidiensten aanbieden als zelfstandige ondernemers. Het FNV is het daarmee niet eens en stelt dat deze chauffeurs werknemers zijn. Daardoor zouden de chauffeurs recht hebben op een minimumloon, vakantiegeld en bescherming tegen ontslag. Ook zou de CAO van toepassing moeten zijn. Hierover is het FNV in 2020 een procedure gestart waarin het FNV vordert dat de rechter verklaart dat de CAO Taxivervoer op de chauffeurs van toepassing is en dat Uber wordt veroordeeld deze CAO integraal na te leven. De rechtbank heeft in 2021 deze eisen toegewezen. Uber was het daarmee niet eens en ging in hoger beroep.
Prejudiciële vragen*
In het hoger beroep stelde het gerechtshof in 2023 prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. De prejudiciële vragen gingen over het ‘ondernemerschap’ van de werkende en of deze omstandigheid doorslaggevend kan zijn bij de beoordeling van de arbeidsrelatie. En indien dit het geval is, betekent dat dan dat de arbeidsrelatie van een werkende zonder ‘ondernemerschap’ een arbeidsovereenkomst is, terwijl de arbeidsrelatie van een andere werkende, met ‘ondernemerschap’, geen arbeidsovereenkomst is, hoewel zij hetzelfde werk doen voor dezelfde opdrachtgever.
Oordeel Hoge Raad**
De Hoge Raad antwoordde in 2025 dat hij in zijn Deliveroo-arrest geen rangorde heeft willen aanbrengen in de daarin genoemde relevante omstandigheden, dat dat ook geldt voor ondernemerschap, en dat het zich kan voordoen dat de arbeidsrelatie van de ene werkende anders te kwalificeren valt dan ten aanzien van andere werkenden die dezelfde werkzaamheden verrichten. Volgens de Hoge Raad kan de rechter geen algemeen oordeel over de kwalificatie geven indien de individuele omstandigheden van de (groepen) werkenden daarvoor teveel uiteenlopen.
Oordeel gerechtshof Amsterdam***
Volgens het Hof hebben de chauffeurs die zich aan de zijde van Uber hebben gevoegd geen arbeidsovereenkomst omdat bij hen sprake is van een sterke mate van ondernemerschap. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. Het hof sluit niet uitsluit dat er individuele chauffeurs zijn die op basis van een arbeidsovereenkomst voor Uber werken, maar bij gebreke van gegevens met betrekking tot individuele omstandigheden heeft het Hof geen individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs kunnen vaststellen voor wie dat geldt. Omdat niet is komen vast te staan of en, zo ja, welke chauffeurs een arbeidsovereenkomst hebben, kan ook geen algemeen oordeel gegeven worden over de toewijsbaarheid van de gevorderde vergoedingen. Ook die vorderingen worden daarom afgewezen.
Wordt vervolgd?
Het FNV is teleurgesteld over de uitspraak en wil nog bekijken of ze door willen met deze rechtszaak. De Hoge Raad kan zich er nog over uitlaten. Ook bekijkt FNV nog of het mogelijk is om individuele chauffeurs rechtszaken te laten beginnen.
We houden je uiteraard op de hoogte! Vragen? Neem dan vooral contact op met de advocaten van MEESTERLIJK!
* Zie ook ons nieuwsbericht van 24 februari 2025
** Vindplaats
*** Vindplaats