Bouwt een zieke werknemer ook ná 104 weken nog vakantiedagen op?
In ons nieuwsbericht van 31 oktober vorig jaar schreven we er ook over: in augustus 2025 was beroering ontstaan over de beslissing van de kantonrechter Arnhem, die vakantieverlof toekende aan een werknemer met een zogenaamd slapend dienstverband, dus nádat de 104 weken loondoorbetalingsverplichting was geëindigd, maar de arbeidsovereenkomst was blijven bestaan. De kantonrechter kwam tot dit oordeel op grond van Europees recht, ondanks dat het Nederlandse recht expliciet bepaalt dat als er geen loonverplichting is, er géén opbouw van vakantiedagen plaatsvindt. Het leidde zelfs tot Kamervragen, waarna de Minister aangaf dat het oordeel van de rechtbank niet juist was: het Nederlandse recht stond opbouw van vakantiedagen na het einde van de 104 weken periode immers niet toe en hij zag geen reden tot wetswijziging op grond van Europees recht.
Tegenstrijdige uitspraken van kantonrechters
Hierna zijn diverse tegenstrijdige uitspraken gevolgd: de ene kantonrechter sloot zich aan bij de visie van de Minister, waar de ander op grond van Europees recht wél vakantiedagen toekende.
Préjudiciële vraag aan de Hoge Raad
De kantonrechter in Rotterdam heeft begin deze maand geoordeeld dat de Hoge Raad de knoop hierover moet doorhakken. De kantonrechter heeft hiervoor een prejudiciële vraag gesteld aan de Hoge Raad. De Hoge Raad dient hierover binnen zes maanden een uitspraak te doen. Deze uitspraak zal tot eenheid in de rechtspraak leiden.
De Rotterdamse kantonrechter zag hiertoe de noodzaak vanwege de tegenstrijdige oordelen van kantonrechters over dit vraagstuk, en de veelheid van de zaken die hierover werden verwacht.
Europees recht vs Nederlands recht
Ook de juridische literatuur is verdeeld. Het is inderdaad zo dat op grond van Nederlandse recht opbouw van vakantiedagen alleen mogelijk is in geval van recht op loon, en na afloop van de 104 weken periode, in de situatie dat de zieke werknemer niet werkzaam is, is er geen recht meer op loon. Het Europese recht, bevestigd in rechtspraak, zou wél een recht op voortzetting van de opbouw van verlof toekennen zolang de arbeidsovereenkomst nog voortduurt (slapend is). Dat zou betekenen dat de Nederlandse wet in strijd is met Europees recht, wat tot een wetswijziging in Nederland kan leiden.
Binnen Europa is Nederland echter het enige land waar werkgevers over een periode van 2 jaar de verplichting hebben om loon te betalen aan een werknemer, die vanwege ziekte niet werkzaam is. Het Europese recht waarnaar wordt verwezen in deze discussie, lijkt dan ook niet te zijn geschreven voor deze – uitzonderlijke – Nederlandse situatie.
Financieel risico slapende dienstverbanden
Er bestaan kennelijk nog steeds vele slapende dienstverbanden. Voor de betrokken werkgevers bestaat dus het risico dat de slapende werknemer een loonvordering (vakantiedagen) instelt over de periode na het einde van de loondoorbetalingsverplichting tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst, met een potentiële boete van 50% vanwege te late betaling (wettelijke verhoging). Bovendien wordt binnenkort de compensatieregeling transitievergoeding afgeschaft, met de verwachting dat er nog méér dienstverbanden slapend zullen worden gehouden.
Het is dus goed dat de Hoge Raad eenheid in de rechtspraak hierover gaat brengen.
Ons advies
Tot die tijd is ons advies om slapende dienstverbanden te voorkomen: beëindig na 104 weken arbeidsongeschiktheid de arbeidsovereenkomst, als er geen mogelijkheid meer is tot re-integratie. Met een vaststellingsovereenkomst of via het UWV. Zoals het er nu naar uitziet wordt de transitievergoeding nog tot 1 juli aanstaande vergoed.
Vragen? Neem dan gerust contact met ons op!