De Eerste Kamer stemt in met de Wet meer zekerheid flexwerkers
De Eerste Kamer stemde op 7 juli 2026 met dit wetsvoorstel in. Het doel van deze wet is om flexwerkers meer zekerheid te geven over hun werk en inkomen. Wat gaat er veranderen?
-
Verbod op een nul-urencontract en inkadering min-max contract (per 1 januari 2028)
Een nul-urencontract betreft een oproepovereenkomst waarin het aantal te werken uren niet is vastgesteld. Een dergelijk contract mag straks dus niet meer.
Een min-max contract blijft wel mogelijk, maar wordt vanaf 1 januari 2028 een ‘bandbreedtecontract’. Een min-max contract betreft een arbeidsovereenkomst waarin de urenomvang een minimum en een maximum kent. Het maandelijkse loon wordt bepaald op het overeengekomen minimum, en voor de uren tussen het minimum en het maximum dient deze medewerker zich ‘op oproep’ beschikbaar te houden om te werken. De daarmee eventueel te maken meer-uren worden in de regel een maand later (pas) betaald. Vanaf 1 januari 2028 mag dit maximum niet meer dan 130% zijn van het overeengekomen minimum (vandaar de naam ‘bandbreedtecontract’). Als bijvoorbeeld 10 uur per week als minimum is afgesproken, dan wordt het wettelijke maximum 13 uur per week. Meer dan de afgesproken 13 uur kan overigens wel nog met expliciete instemming van de medewerker (let op: dit kán leiden tot toepassing van de hoge AWf-premie over deze uren).
-
Wijziging ketenregeling (per 1 januari 2028)
De ketenregeling houdt in dat in de eerste 3 jaar na de start van de arbeidsovereenkomst maximaal 3 tijdelijke contracten kunnen worden aangegaan, voordat er een vast dienstverband ontstaat. Als er een periode van minimaal 6 maanden en één dag zit tussen het laatste tijdelijke contract en een nieuwe arbeidsovereenkomst, dan kan een nieuwe keten van tijdelijke contracten worden aangegaan.
Deze tussenliggende periode wordt – per 1 januari 2028 – verlengd naar 3 jaar. Bij cao kan van deze wettelijke regeling wel nog worden afgeweken in geval van seizoensarbeid. Het aantal contracten, evenals de maximale duur van de periode waarin tijdelijke contracten mogen worden aangegaan, daarvan kan bij cao straks níet meer worden afgeweken.
Deze twee wijzigingen gelden niet voor scholieren en studenten, mits zij (gemiddeld) niet meer dan 16 uur per week werken. En evenmin voor AOW-gerechtigde werknemers.
-
Aanscherping regels uitzendkrachten (per 31 december 2026)
Uitzendkrachten krijgen vanaf dat moment recht op dezelfde essentiële arbeidsvoorwaarden als werknemers die in dienst van de inlener hetzelfde werk verrichten. Voor niet-essentiële arbeidsvoorwaarden geldt dan dat deze ten minste gelijkwaardig moeten zijn. Omdat de ABU cao al een vergelijkbare afspraak kende sinds 1 januari 2026, geldt deze situatie voor veel uitzendkrachten feitelijk al. Daarnaast mag Fase A van een uitzendcontract vanaf 31 december 2026 niet langer meer duren dan 1 jaar (is nu: 1,5 jaar), kunnen er niet meer dan 6 opvolgende tijdelijke uitzendovereenkomsten worden aangegaan, én Fase B wordt ingekort van 3 naar 2 jaar.
Vragen? Neem dan gerust contact met ons op!