Het concurrentiebeding op de schop? Dit kan er veranderen.
Het concurrentiebeding staat in veel arbeidsovereenkomsten. Soms terecht, maar vaak ook „voor de zekerheid”. Juist daar wil het kabinet verandering in brengen.
De gedachte achter de voorgestelde Wet modernisering concurrentiebeding is helder: werknemers moeten makkelijker van baan kunnen wisselen, terwijl werkgevers die daadwerkelijk bescherming nodig hebben, hun gerechtvaardigde bedrijfsbelangen moeten kunnen blijven beschermen.
Wat gaat er mogelijk veranderen?
De belangrijkste voorgestelde wijzigingen zijn:
- Invoering maximale duur
De maximale duur van een concurrentiebeding wordt volgens het wetsvoorstel één jaar. - Verplichte geografische afbakening
De werkgever moet duidelijk aangeven voor welk geografisch gebied het concurrentiebeding geldt. - Motiveringsplicht concurrentiebeding alleen bij bepaalde tijd
Hoewel het er op leek dat de motiveringsplicht ook voor contracten voor onbepaalde tijd zou gaan gelden, is dit niet opgenomen in het wetsvoorstel. Dit betekent dat alleen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd moeten worden opgenomen welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen het concurrentiebeding noodzakelijk maken, wil dit beding geldig zijn. - Tijdig inroepen
De werkgever moet het concurrentiebeding tijdig (in beginsel één maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst) en schriftelijk inroepen, onder vermelding van het aantal maanden dat de werknemer aan het beding wordt gehouden. - Vergoeding voor de werknemer
Als een werkgever daadwerkelijk een beroep doet op het concurrentiebeding, dient een verplichte vergoeding ter hoogte van 50% van het maandsalaris aan de werknemer te worden betaald over de periode dat hij daaraan wordt gehouden.
Dezelfde regels gaan gelden voor het relatiebeding.
Overgangsrecht
Wat zijn de gevolgen hiervan voor de concurrentiebedingen die voor inwerking treding van deze wet zijn overeengekomen? Het kabinet kiest ervoor bestaande concurrentiebedingen in stand te laten. Werkgevers die na invoering van de wet een beroep doen op een bestaand beding, krijgen echter wel direct te maken met de nieuwe vergoedingsregeling en de maximale duur van twaalf maanden.
Zowel werkgevers als de Raad voor de Rechtspraak hadden kritiek op de complexiteit van deze overgangsregeling, maar het kabinet heeft deze grotendeels gehandhaafd. Het is nu de vraag wat de Raad van State hiervan vindt.
Het concurrentiebeding verdwijnt niet. Maar één ding lijkt duidelijk: wie een werknemer wil beperken in zijn vrijheid om elders te gaan werken, zal dat steeds beter moeten kunnen rechtvaardigen.
Het wetsvoorstel is nog niet definitief en zal naar verwachting nog de nodige vragen voor de praktijk oproepen. Het wetsvoorstel ligt momenteel ter advisering voor bij de Raad van State. Het streven is om het wetsvoorstel eind 2026 aan de Tweede Kamer aan te bieden. Wordt vervolgd.